|
Een plant kan niet weglopen voor een schimmel. Toch staat zij niet machteloos tegenover een infectie. Planten beschikken over een eigen afweersysteem dat signalen van mogelijke belagers herkent en daarop reageert. Sommige biologische plantversterkers kunnen die verdediging activeren of voorbereiden, nog voordat een ziekteverwekker toeslaat. Dat is ook de gedachte achter de chitosantoepassingen waarmee Plant Power Products zich bezighoudt. De vergelijking met een ‘vaccin’ maakt deze aanpak begrijpelijk: u helpt het gewas zich voor te bereiden. Hoe dat precies werkt, vraagt wel om een onderscheid tussen plantafweer en menselijke immuniteit. Een plant merkt meer op dan u zietOp het eerste gezicht lijkt een gezond blad vooral bezig met licht opvangen en groeien. Ondertussen vindt er voortdurend informatie-uitwisseling plaats. Plantencellen reageren op veranderingen in hun omgeving en kunnen bepaalde kenmerken van micro-organismen herkennen. Dat gebeurt onder meer met receptoren: eiwitten die als ontvangers van biologische signalen functioneren. Wanneer zo’n signaal op gevaar wijst, kan de plant verdedigingsprocessen inschakelen. Daarvoor hoeft een aantasting niet altijd al zichtbaar te zijn. Op celniveau kan de reactie veel eerder beginnen. Dat maakt weerbaarheid interessant voor uw teeltstrategie. Wie uitsluitend naar vlekken, verwelking of groeiachterstand kijkt, ziet vooral wat er gebeurt nadat een probleem zich heeft ontwikkeld. Een aanpak die de natuurlijke afweer ondersteunt, richt zich juist op de fase daarvoor. Het gewas krijgt een prikkel waarmee het zijn verdediging kan voorbereiden. Wat chitosan met plantafweer te maken heeftEen bekende stof binnen deze benadering is chitosan. Dit materiaal wordt verkregen uit chitine, een natuurlijk biopolymeer dat onder andere voorkomt in de celwanden van schimmels en in de pantsers van schaaldieren. Door chitine te bewerken, ontstaat chitosan met eigenschappen die voor verschillende toepassingen bruikbaar zijn. Voor planten zijn bepaalde structuren van chitine en chitosan biologisch relevant. Ze kunnen verband houden met de aanwezigheid van een mogelijke belager. Afhankelijk van de samenstelling en toepassing kan chitosan daarom werken als elicitor: een stof die afweerreacties uitlokt. Het gaat daarbij niet om voeding alleen. Een elicitor geeft een signaal. De plant kan daarop reageren met veranderingen in haar afweer, bijvoorbeeld door de aanmaak van verdedigingsgerelateerde stoffen of het verstevigen van barrières rond plantencellen. Welke reactie ontstaat, hangt af van meer dan de naam van de werkzame stof. Ook de moleculaire eigenschappen, concentratie en formulering spelen een rol. Twee producten met chitosan hoeven daardoor niet onder alle omstandigheden hetzelfde effect te hebben. Waarom de vergelijking met een vaccin begrijpelijk isHet gemeenschappelijke idee is voorbereiding. Bij vaccinatie wordt het menselijke afweersysteem voorbereid op een mogelijke latere ontmoeting met een ziekteverwekker. Bij bepaalde plantversterkers krijgt de plant eveneens vooraf een signaal dat haar verdediging kan beïnvloeden. Daar houdt de overeenkomst gedeeltelijk op. Planten hebben geen antistoffen en geen afweercellen zoals mensen. Een biologische bespuiting is dus geen vaccinatie in medische zin. Evenmin ontstaat er automatisch een langdurige bescherming tegen één specifieke ziekte. De term priming beschrijft nauwkeuriger wat er bij planten kan gebeuren. Daarbij komt de plant in een toestand waarin zij bij een volgende aanval sneller of sterker kan reageren. Vergelijk het met een ploeg die de werkzaamheden alvast heeft voorbereid: zodra actie nodig is, hoeft niet alles vanaf het begin te worden georganiseerd. Priming verschilt bovendien van het direct volledig activeren van de afweer. De plant hoeft niet voortdurend alle verdedigingsprocessen maximaal aan te zetten. Dat onderscheid is relevant, omdat afweer energie en bouwstoffen vraagt die ook voor groei nodig zijn. Niet iedere biologische bespuiting werkt op dezelfde manier‘Biologisch spuiten’ is een brede omschrijving. Het zegt niet vanzelf hoe een product werkt. Sommige middelen hebben een rechtstreeks effect op een ziekteverwekker. Andere bevatten micro-organismen die bijvoorbeeld concurreren om ruimte of voedingsstoffen. Een coating kan weer een fysieke functie hebben. Een plantversterker met elicitorwerking grijpt aan op de reactie van de plant zelf. Dat is het mechanisme waarop de vergelijking met een vaccin berust. Bij chitosan kunnen verschillende effecten naast elkaar voorkomen. Onder bepaalde omstandigheden kan het zowel de plantafweer beïnvloeden als rechtstreeks op micro-organismen inwerken. Welk effect in uw situatie de meeste betekenis heeft, vraagt om onderbouwing voor de betreffende toepassing. Kijk daarom verder dan een algemene aanduiding op een verpakking. Vraag welk werkingsmechanisme wordt beoogd, welke toepassing is onderzocht en wat u in het betreffende gewas redelijkerwijs mag verwachten. Zo krijgt een biologisch product een duidelijke functie binnen uw gewasbescherming. Waarom het toepassingsmoment zo belangrijk isVoorbereiden kost tijd. Dat geldt ook voor biologische processen in een plant. Als u een elicitor pas inzet wanneer een aantasting al vergevorderd is, kunt u niet aannemen dat de opgebouwde schade daardoor verdwijnt. Een preventieve benadering vraagt daarom aandacht voor de ontwikkeling van het gewas en de verwachte infectiedruk. Denk aan perioden waarin de omstandigheden gunstig worden voor een bepaalde schimmel. De weersverwachting, waarnemingen in het perceel en beschikbare waarschuwingssystemen kunnen helpen om zulke momenten te herkennen. Daarbij is een kalender alleen onvoldoende. Een perceel met een open gewas ontwikkelt zich anders dan een dicht gewas waarin bladeren lang vochtig blijven. Ook ras, groeistadium en eerdere aantastingen kunnen uw afweging beïnvloeden. Tijdig toepassen betekent niet dat vaker spuiten vanzelf beter is. Het gaat om een passend moment, met een toepassing die aansluit bij de productinstructies en de omstandigheden waarin uw gewas groeit. Een weerbare plant heeft ook een goede basis nodigEen afweersignaal lost niet ieder teeltprobleem op. Wanneer wortels onvoldoende zuurstof krijgen of de waterbeschikbaarheid sterk wisselt, blijft dat gevolgen hebben voor het gewas. Hetzelfde geldt voor een voedingstoestand die niet aansluit bij de behoefte van de plant. Plantversterking krijgt daarom een plaats naast de dagelijkse zorg voor bodem, wortels en bovengrondse groei. U kunt de afweer ondersteunen, maar de omstandigheden moeten het gewas ook in staat stellen om te functioneren. Bij het beoordelen van een biologische bespuiting zijn enkele vragen nuttig:
Deze vragen helpen om van een algemene belofte een concrete teeltbeslissing te maken. Ze bieden bovendien houvast wanneer u verschillende producten of behandelstrategieën vergelijkt. Van onderzoek naar toepassing in het gewasOnderzoek naar chitosan laat zien waarom elicitorwerking aandacht krijgt. In experimenten met tomaat is bijvoorbeeld onderzocht hoe een chitosanbehandeling de reactie op de schimmel Botrytis cinerea beïnvloedt. Daarbij werden veranderingen gevonden in verdedigingsprocessen die passen bij priming. Dat is relevante kennis, maar een onderzoeksresultaat vertaalt zich niet zonder meer naar elk perceel. Een ander ras, een andere formulering of afwijkende omstandigheden kunnen de uitkomst veranderen. Resultaten moeten daarom worden bekeken in de context waarin ze zijn verkregen. Hamerol is binnen het assortiment van het genoemde bedrijf een plantversterker op basis van chitosan hydrochloride. Voor de toepassing in uw bedrijf zijn vooral gewasspecifieke informatie en passend advies van belang. Die helpen u beoordelen waar een dergelijke plantversterker binnen een bestaande aanpak een zinvolle plaats kan krijgen. Maak het effect zichtbaar in uw eigen teeltWilt u beoordelen wat een behandeling toevoegt, leg dan vooraf vast waar u op gaat letten. Alleen constateren dat een gewas er goed uitziet, zegt weinig over de bijdrage van één product. Het weer, de bodem en andere teeltmaatregelen beïnvloeden het resultaat immers ook. Een vergelijkingsstrook kan helpen, mits u verschillen in uitgangssituatie zoveel mogelijk beperkt en noodzakelijke gewasbescherming blijft uitvoeren. Noteer het toepassingsmoment, de omstandigheden en de ontwikkeling van eventuele aantastingen. Volg daarnaast kenmerken die passen bij uw teeltdoel, zoals gewasontwikkeling of de kwaliteit van het geoogste product. Bespreek die waarnemingen met uw teeltadviseur. Vraag bij een volgende toepassing specifiek welke omstandigheden het resultaat kunnen verklaren en welke aanpassing zinvol is. Zo wordt de keuze voor een plantversterker onderdeel van een teeltplan dat u op basis van concrete waarnemingen kunt bijstellen. |
| https://plantpowerproducts.com/ |
Waarom biologisch spuiten werkt als een ‘vaccin’ voor uw plant
- Blog
- Gepubliceerd door Doe het zelf tuinen








